Het aantal gevallen van bijziendheid (bijziendheid) neemt wereldwijd in een alarmerend tempo toe, en nieuw onderzoek suggereert dat moderne levensstijlkeuzes – met name de langere tijd die binnenshuis wordt doorgebracht – een belangrijke bijdragende factor kunnen zijn. Een onderzoek van het State University of New York (SUNY) College of Optometry wijst op een verrassend mechanisme: verminderde blootstelling aan licht van het netvlies tijdens close-uptaken, in plaats van alleen schermtijd.
De rol van licht en pupilvernauwing
Onderzoekers voerden laboratoriumtests uit met 34 deelnemers, waarbij individuen met en zonder bijziendheid werden vergeleken. Ze ontdekten dat de ogen van bijziende personen al een grotere naar binnen gerichte draai en een meer uitgesproken pupilvernauwing vertonen voordat ze zich richten op voorwerpen in de buurt. Deze combinatie lijkt een cruciale retinale route (de ON-route) die verantwoordelijk is voor de verwerking van licht te verzwakken, waardoor een feedbacklus ontstaat die de aandoening mogelijk verergert.
De belangrijkste bevinding is dat contrast, en niet alleen helderheid, dit effect veroorzaakt. Bij het scherpstellen op nabije objecten binnenshuis vernauwen de pupillen zich om de beelden scherper te maken, maar bij weinig licht vermindert dit aanzienlijk de hoeveelheid licht die het netvlies bereikt. Dit staat in contrast met heldere buitenomstandigheden waarbij de pupillen samentrekken om het oog te beschermen en toch voldoende licht doorlaten.
Hoe de fysiologie van het oog bijdraagt aan bijziendheid
Bijziendheid ontstaat wanneer de oogbol te lang wordt, waardoor beelden scherpgesteld worden voordat ze het netvlies bereiken. Het SUNY-onderzoek suggereert echter dat lichtgebrek tijdens close-upwerk dit proces kan verergeren. De onderzoekers veronderstellen dat het oog bij weinig licht prioriteit geeft aan scherpstelling boven helderheid, wat leidt tot overcompensatie en verergering van bijziendheid.
Dit roept ook vragen op over het gebruik van sterke corrigerende lenzen, die de blootstelling aan licht op het netvlies verder kunnen verminderen. Het team stelt dat bij kinderen met onvoldoende stimulatie van het netvlies bijziendheid kan ontstaan, wat erop wijst dat er behoefte is aan interventies die verder gaan dan alleen het verkorten van de schermtijd.
Beperkingen en toekomstig onderzoek
De studie erkent beperkingen, waaronder een kleine steekproefomvang en een gebrek aan tracking op lange termijn. De bevindingen zijn gebaseerd op weloverwogen gissingen die verdere validatie behoeven door middel van vergelijkingen tussen buiten en binnen en longitudinale onderzoeken. Niettemin biedt het onderzoek een nieuw raamwerk voor het begrijpen van de toenemende mate van bijziendheid, die naar verwachting in 2050 bijna 40% van de jongeren zal treffen.
“Dit is geen definitief antwoord, maar een hypothese gebaseerd op meetbare fysiologie die veel bestaand bewijsmateriaal samenbrengt.” – Jose-Manuel Alonso, visuele neurowetenschapper.
De studie biedt geen onmiddellijke oplossingen, maar benadrukt het belang van het begrijpen van de fysiologische mechanismen achter bijziendheid en suggereert dat het optimaliseren van de blootstelling aan licht tijdens werk dichtbij cruciaal kan zijn voor preventie en behandeling.




















